Kritisch, betrokken, onafhankelijk en nieuwsgierig

TOKKIES IN DUINDORP?

Ingegooide ramen, leuzen op muren, hakenkruizen, een varkenskop. Nieuwe Nederlanders worden stelselmatig weggepest uit Duindorp. Ahmed Marcouch is geschokt en heeft Kamervragen gesteld. De Haagse burgemeester Jozias van Aartsen gaat hard en direct ingrijpen. Woningbouwcorporatie Vestia dreigt mensen uit hun woning te zetten die zich schuldig maken aan pestgedrag. Enfin, onrust in Duindorp, en daarmee in Nederland.


In de media circuleren tegenwoordig termen als ”blanke tokkies” en ”witte probleemwijken”. We schijnen ‘witheid’ als variabele te hebben ontdekt. Het kan ook bijna niet anders, want de notie van institutioneel racisme wordt te pas en te onpas geëchood. En wie vanuit dit perspectief redeneert, kan slechts kleur zien. Op den duur zelfs de witte.


Zonder meer schuilt in de ‘ontdekking’ van ‘witheid’ reeds een vorm van wit privilege: de ontdekking dat ikzelf niet wit ben, kwam redelijk snel en ongewild na ”Turkie, Turkie is niet dom, want Turkie Turkie luier om”-liederen. Een ander wit privilege is dat achterstandswijken doorgaans geassocieerd worden met (kinderen van) nieuwe Nederlanders. Bij een probleemwijk denk ik in ieder geval aan een kleur die de witte niet is. En de moeder aller verklaringen voor problemen in Nederland zijn culturen; alle behalve de Dominante Nederlandse Cultuur. Kortom, nieuwe Nederlanders en kinderen van nieuwe Nederlanders zijn boe(mannen). ‘Witheid’ wordt hierdoor geneutraliseerd, voorgesteld als ultieme referentiemaat en blijft een ongeschonden categorie.


Duindorp zou een exponent zijn van institutioneel racisme. Hoe kan het ook anders. Als je een allesomvattend en allesverslindend perspectief hanteert, zoals institutioneel racisme, dan hoef je bij het volgende incident niet veel te doen als commentator, opiniemaker of onderzoeker. De verklaring ligt reeds klaar. Omdat we allen worden beïnvloed door institutioneel racisme, ontkomt dus ook Duindorp er niet aan.


Het is lui denken. Door alle vormen van racisme op een hoop te gooien, worden we niet veel wijzer. Hoe institutioneel racisme precies werkt, blijft onduidelijk. Welke mechanismen het doen ontstaan en doen voortbestaan, daar hoor ik niemand over. Daarbij wordt institutioneel racisme bijzonder deterministisch toegepast: we kunnen bijna niet anders dan racistisch handelen, lijkt wel.


Wat het alternatief is? Zoeken naar contextafhankelijke verklaringen die deze specifieke vorm van racisme kunnen verhelderen. Waarom doet deze expliciete vorm zich nu juist voor in Duindorp?


Duindorp heeft een eigen specifieke geografische, sociale en economische geschiedenis en is een gesloten gemeenschap (doet het ministerie van Sociale Zaken daar onderzoek naar?) van toenmalige vissers die zich, in eerste instantie, tegen alle nieuwkomers keren. De klassieker van de sociologen Norbert Elias en John L. Scotson, De gevestigden en buitenstaanders (1965), komt hier goed van pas. In hun studie beschrijven zij twee ‘groepen’ die in sociaal-economisch opzicht niet van elkaar verschillen, maar een machtsconstellatie met elkaar weten te vormen waarin de ene dominant is en de andere met succes in een positie van onmacht plaatst.


In het boek van Elias en Scotson is het achterliggende machtsverschil slechts te verklaren uit het feit dat de dominante groep ‘er al was’ (de gevestigden) en de andere uit nieuwkomers bestaat. De vraag is daarom vooral: wie heeft de macht om de ‘ander’ te definiëren? Wie vanuit institutioneel racisme redeneert, zegt: dat is de witte macht. Weer een onbruikbare one size fits all-verklaring die geen uitspraken kan doen over specifieke contexten van uitsluiting.


De objectieve en subjectieve ‘verschillen’ die uitsluiting rechtvaardigen zijn arbitrair. In de studie van Elias en Scotson krijgt uitsluiting betekenis op grond van het onderscheid tussen ‘gevestigden’ en ‘buitenstaanders’. Klasse, kleur en religie hadden hier niets van doen. De ‘oorspronkelijke’ bewoners wisten sociale controle uit te oefenen op elkaar en hun kinderen, om daarmee machtsposities in de buurt veilig te stellen. Zo’n machtspositie gaat, bijvoorbeeld, ook over het roddelcircuit: degenen met macht kunnen met meer mensen vaker roddelen over ‘Marokkaanse dieven’ om daarmee hun beelden over superioriteit en inferioriteit te doen voortbestaan.


Is Duindorp heel anders? De bewoners, zowel autochtonen als nieuwe Nederlanders, zijn vergelijkbaar in sociaal-economische zin, maar creëren een tegenstelling op grond van sociaal-culturele kenmerken. Huidskleur fungeert daarbij als een hyperzichtbaar stigma om culturele ‘anderen’ te herkennen, te identificeren en uit te sluiten. In de huidige economische context waarbij de lagere klassen en de laagopgeleide mensen met elkaar concurreren om schaarse bronnen, zoals woningen, banen en kapitaal, is onderscheid op etnische of raciale gronden een manier om de gelederen te sluiten en ‘buitenstaanders’ te ontmoedigen in hun strijd om deze middelen.


Ben ik de Duindorpers aan het vergoelijken? Geenszins. De harde uitsluiting van de slachtoffers is glashelder. Ook spelen elementen van institutioneel racisme een rol in Duindorp. Maar het is een eenzijdig perspectief dat rondjes zwemt in zijn eigen theoretische zwembad.


”Zwarte probleemwijken”. Een belachelijke term. Net zo belachelijk als ”witte probleemwijken”.

 

[Dit artikel verscheen eerder op Zaman Vandaag] Sinan Çankaya is cultureel antropoloog en doet onderzoek naar de politieorganisatie, in- en uitsluiting en multiculturalisme. Volg hem op Twitter: @S1nanCankaya.