Kritisch, betrokken, onafhankelijk en nieuwsgierig

Manke Yunus

Ik heb eindelijk een huis gevonden. Het huis is krakkemikkig, miezerig, vies en onverzorgd. Maar het huis is slechts een omhulsel, dus in wezen zijn de bewoners krakkemikkig, miezerig, vies en onverzorgd.

Ik woon samen met een man die eigenaar is van een klein restaurant. Zijn vier werknemers zitten ook in het huis. Ze komen allemaal uit het noorden van Turkije, de provincie Ordu om precies te zijn. Het algemene stereotype luidt dat deze mensen snel agressief worden. Het probleem met stereotypen is dat mensen zich – geheel volgens het zichzelfwaarmakend principe – conform het stereotype beginnen te gedragen. Zijn mijn huisgenoten daadwerkelijk agressief of doen ze agressief omdat het stereotype dit voorschrijft? Of zocht ik naarstig naar de bevestiging van het stereotype?

Hoe dan ook, laatst sloeg de kok de serveerder op zijn bek en vermorzelde hoofd, inclusief bril. Dit vond plaats terwijl ik in het restaurant zat en net een hap van mijn omelet wilde nemen en halverwege moest opkijken vanwege een dof ‘klap-op-hoofd-inclusief-bril’ geluid, gevolgd door een ongemotiveerd ‘het-zal-wel-flink-bloeden’ geluid. Er bevonden zich nog vijf klanten in het restaurant. Die heb ik na dit incident niet meer teruggezien. Motief? De kok werd boos, omdat de serveerder zich met het keukengedeelte bemoeide. Nadien verdedigde de kok op bedeesde en kalme wijze de stelling ‘waarom is in de context van deze casus de reeds gegeven klap proportioneel en rechtvaardig?’ aan de nog overgebleven bezoekers van het restaurant. Daarbij eerbiedigde hij opvallend genoeg de regels van de argumentatietheorie.

De restauranteigenaar, die zelf huurder is – maar zich voordoet als een huisbaas – schijnt een grote oplichter te zijn. Ik bespreek het nieuwtje, van het vinden van een nieuw huis, met mijn oude huisbaas.

 

                     Ex-huisbaas:        ‘Eee-eh, waar ga je nu wonen? Hoe heb je het huis gevonden?’

                     Ik:                          ‘Via een jongen die in een restaurant werkt.

                     Ex-huisbaas:         ‘Yaaaa. En wie is de eigenaar van het restaurant?’

                     Ik:                          ‘Hij heet Yunus volgens mij.’

                     Ex-huisbaas:         ‘Yunus…Manke Yunus?’

                     Ik:                           ‘Eh, ja…hij loopt inderdaad mank.’

 

Mijn ex-huisbaas schudt zijn hoofd, steekt een sigaret op, kijkt mij streng aan en zegt:

 

                          ‘Pas op jongen, pas op.’

 

Kennelijk moet ik op geen enkele wijze geld lenen aan Yunus. Dat is dus, voor de duidelijkheid, manke Yunus. Dan zou alles uiteindelijk wel goed komen.

 

Ik heb manke Yunus al een tijdje niet meer gezien. Hij schijnt in Turkije te zitten. Elke dag komen minstens vijf boze mensen naar het restaurant en vragen naar hem. Ze willen hun geld terug. Zijn werknemers figureren gezapig in het toneelspel.

 

                          ‘Ja eh, Yunus is nu effe een rondje gaan maken en komt zo terug. Tamam abi?’

 

Yunus loopt nu al een jaar een rondje met zijn manke poot. Niemand heeft ooit meer iets van hem gezien. De kok schijnt tegenwoordig de eigenaar te zijn van het restaurant. Op elke donderdag van de week organiseert hij een debat over maatschappelijk relevante thema’s. Verder onderhoudt hij nog steeds een haat-liefde verhouding met de serveerder, die inmiddels lenzen draagt.

Sinan Çankaya maakt voor zichzelf de werkelijkheid graag aangenamer dan die werkelijk is. Door een verhaal te schrijven. Losjes gebaseerd op eerdere gebeurtenissen.