Kritisch, betrokken, onafhankelijk en nieuwsgierig

GEZI PARK GAAT WEL EN NIET OVER BOMEN: TURKSE PROTESTEN TEGEN AUTORITAIRE REGERING

“Gezi park” is een symbool en was initieel doordrongen van bepaalde politieke, culturele en emotionele betekenissen. Symbolen worden echter betwist, omdat individuen en groepen er actief mee omgaan. Er is veel ruimte voor het herdefiniëren van symbolen, maar de nieuwe betekenissen moeten enige overeenkomsten vertonen met de oorspronkelijke boodschap. En dat is nog steeds het geval: de aanvankelijke Gezi park protesten gingen niet enkel over bomen, maar over dieper liggende onrechtvaardige politieke processen. Juist dit gegeven slaagt erin om symbolisch de uiteenlopende motivaties van de huidige demonstranten te verenigen.

Een vreedzaam protest tegen de plannen om van het Gezi park een winkelcentrum te maken, werd door de Turkse politie beantwoord met traangas en waterkanonnen. Deze gebeurtenissen resulteerden in anti-regeringsdemonstraties in heel Turkije, evenals onder de Turkse diaspora. De dynamiek rondom de eerste protesten resoneert onder de huidige demonstranten: het onvermogen van de regering en de minister-president om burgers als co-producenten en eigenaren te betrekken bij het democratische proces, de politieke besluitvorming en de toekomst van Turkije. Het excessieve politiegeweld tegen de eerste Gezi park demonstranten is de meest manifeste en visuele weigering van de regering om te luisteren naar de wensen, eisen en dromen van haar burgers. In de kern verwijzen de onderliggende oorzaken van de landelijke protesten naar (1) de onwil van de autoritaire regering en in het bijzonder de minister-president om pluralistische democratische waarden en levensstijlen te accommoderen en (2) het ontbreken van robuuste democratische arena’s voor burgers om hun onvrede te kanaliseren over democratische vertegenwoordiging, inclusie en vrijheid. Het gebrekkige politieke partijenstelsel en de zwakte van de politieke oppositie hebben bijvoorbeeld de machteloosheid en onvrede van grote groepen in de Turkse samenleving versterkt.

In sommige commentaren worden de stereotype, sterk gepolitiseerde en monolithische opposities van secularisme/religieus-conservatisme en islamisme/kemalisme beschouwd als de belangrijkste oorzaken voor de rellen. Deze onderscheidingen dragen bij aan de rellen, maar functioneren als de gepolitiseerde uitkomsten van de onderliggende democratische onvrede over een autoritair bestuur dat zijn agenda oplegt in een gebrekkig politiek partijenstelsel. Zowel Erdogan’s AK-partij als ook de seculiere oppositiepartij CHP voeden deze gepolariseerde scheidslijn middels escalerende retoriek en historische verwijzingen. Desondanks is het onjuist om deze gepolitiseerde processen, die een historische oorsprong hebben, als het startpunt te nemen van de recente gebeurtenissen.

Deze kant-en-klare en verouderde analyses zijn reeds ingehaald door de complexe ‘nieuwe’ empirische werkelijkheid van de demonstraties in Turkije. Er zijn protesten gehouden in meer dan 70 Turkse provincies. Daarbij zijn de demonstranten niet eenvoudig te categoriseren en snijden ze dwars door etnische (Turken, Koerden en Arabieren), religieuze (alevieten en –zelfs antikapitalistische soennieten), politieke (links, rechts, milieuactivisten, liberalen, pro-Koerdische partijen én deel van de AKP-aanhang) en klasse lijnen, waarbij de verschillende demonstranten variërende doelen, motivaties en eisen hebben. De liberalen protesteren tegen de criminalisering en opsluiting van oppositionele individuen, de seculieren tegen het opleggen van een islamitische levensstijl, de milieubeweging tegen de grootschalige bouwprojecten en de ‘apolitieken’ tegen het onophoudelijke politiegeweld; de lijst gaat verder. De grote groep demonstranten die zich als ‘apolitiek’ identificeert, is bijvoorbeeld niet verbonden aan specifieke politieke of religieuze groepen. De overeenkomst is dat de diverse groepen zich verenigen en hun uiteenlopende motivaties zich kanaliseren in oppositie tot een ander symbool: Recep Tayyib Erdogan, die de autoritaire overheid en instituties representeert.

Wat ook vergeten wordt, is hoe specifieke lokale, temporele en historische contexten zich vermengen met het symbool van Gezi park. De protesten in Istanbul, Ankara, Izmir, Van, Rize, Trabzon, Tunceli en Antakya hebben verschillende dynamieken, vanwege specifieke demografische kenmerken, regio specifieke thema’s en bepaalde historische gebeurtenissen. In Antakya worden de protesten ook deels gemotiveerd door Erdogan’s optreden tegen Syrië en Assad, in Tunceli lijken oude historische wonden te zijn geopend in combinatie met de structurele marginalisering van (alevitische) Koerden, terwijl de hoogopgeleide studenten in Ankara zich vooral in een impasse bevinden met de politie en demonstreren tegen het buitensporig gebruik van geweld. Ook met betrekking tot deze tijdelijk, contextueel en ruimtelijk variërende processen, biedt het perspectief van secularisme/religieus-conservatisme onvoldoende verklaringswaarde. Het symbool ‘Gezi park’ omvat verschillende politieke, culturele en emotionele betekenissen voor uiteenlopende mensen.

Alles bijeen moeten de recente protesten worden geïnterpreteerd als de volgende stap in het langzame, pijnlijke en moeilijke democratiseringsproces van Turkije. Een democratie met veel gebreken en met zwakke instituties. Echter, vandaag controleert niet het leger, maar het volk het democratisch proces. Er is hoop.

Dr. Sinan Çankaya is cultureel antropoloog en doet onderzoek naar de politieorganisatie, veiligheid en multiculturalisme.