Kritisch, betrokken, onafhankelijk en nieuwsgierig

DE AFLUISTERAAR

 

Ik zit vlak naast twee filmstudentes op een terras in Amsterdam-West en kan het niet helpen om af/mee te luisteren. Ik wil heus niet, baal zelfs. Het wordt erger, want ik krijg de inhoud van hun gesprek mee.

 

“Wonen er hier nou meer Turreken of Marokkaanen?”, zegt de jonge brunette met een schelle en luide stem tegen de nog jongere blondine.

 

De blondine kijkt de brunette aan met een blik van: “Jezus, wat ben je blond.” Ik kijk eerst naar de brunette en vervolgens naar de blondine en denk: “Jezus, wat zijn jullie dom”. Als ik mijn gezicht afwend zie ik dat een oudere vrouw die verderop aan een tafel zit mij aankijkt met een blik van ‘waarom-ben-je-ze-aan-het-afluisteren-hoe-dom’.

 

Ze hebben een opdracht en ik krijg alle details mee: hoe gaan moslims (allemaal?) in Amsterdam-West (de hele buurt?) om met de Ramadan (of Ramazan?) Kiezen ze er wel zelf voor om te vasten? Is het hier in Nederland niet lastiger? En: voelen ze zich niet als een vis uit het water? Dus: willen ze niet liever terug naar Marokko (ging het eerder om moslims, het gaat nu ineens om Marokkanen)? Want, klaarblijkelijk: daarginds doet iedereen mee aan de Ramadan. Niet onderzoeken, maar inkleuren.

 

Fictieve en non-fictieve verhalen hebben een conflict nodig. Het conflict zorgt voor spanning en sensatie, evenals de broodnodige spanningsboog van elk verhaal. Zo waren ook de twee studenten op zoek naar een conflict. Het is alleen zo weinig creatief en origineel in artistieke zin en stereotypebevestigend en culturalistisch in antropologische zin dat de studenten op zoek gingen naar een conflict waarbij het individu in een zogenaamd communitaristisch-religieus systeem zou worden gedwongen om – in dit geval – te vasten.

 

De studentes gaan een familie portretteren. Het probleem van beeldtaal is dat het gezin niet op zichzelf blijft staan, maar een symbolisch vehikel wordt dat de reeds bestaande en gestolde religieuze en culturele beelden van ‘moslims’ overbrengt naar het publiek. De geconstrueerde representatie is daarbij nooit neutraal. Waarom deze keuzes? Waarom dit gezin? Waarom Amsterdam-West? Waarom ‘moslims’?

 

Als ze afrekenen en hun tas inpakken vraagt de jonge brunette aan de nog jongere blondine: “Zouden de kinderen die vasten stiekem snoepen?”

 

Sinan doet niet mee aan de Nijmeegse vierdaagse.