Kritisch, betrokken, onafhankelijk en nieuwsgierig

Column “Ongemak kan productief zijn”

 

 

Geachte aanwezigen,

 

Ongemak kan productief zijn.

 

De werkelijkheid van racisme schuurt en wringt. Het doet pijn, en zal pijn blijven doen.

 

In aanloop naar vanavond werd dat ongemak zichtbaar op mijn Facebook wall. Er ontvouwde zich een discussie over representatie, en het gebrek aan zwarte sprekers vanavond. Sentimenten die leven, zorgen die spelen. Signalen die serieus genomen moeten worden, waarnaar geluisterd moet worden. We kunnen het ongemak niet uit de weg gaan. Ik ook niet.

 

We kunnen ook woede en verdriet niet uit de weg gaan. Zo schrijft Audre Lorde dat woede productief kan zijn. Woede kan ons activeren om iets te doen, het kan ons aanzetten tot handelen. Woede kan, uiteindelijk, wel degelijk constructief zijn. Positief worden ingezet.

 

In 1963 zat Dr. Martin Luther King jr. opgesloten in een gevangenis in Birmingham, Alabama. In het diepe, en zwaar gesegregeerde Zuiden. Waarom? Omdat hij had deelgenomen aan een vreedzame protestmars. Een vreedzame protestmars.

 

Hij schreef toen een brief die nu bekend staat als de Letter from Birmingham Jail.

 

King schreef deze brief in reactie op The Call for Unity van acht witte collega-theologen. Die erkenden de strijd van zwarte Amerikanen, maar stelden dat alleen een rechter een eind kon maken aan de rassensegregatie. Een gelegaliseerd onrecht, nota bene, dat mensen uitsplitste op grond van de kleur van hun huid. Toch vonden deze theologen de protestmarsen in Birmingham maar niets, en noemden ze King een extremist.

 

Martin Luther King pleitte voor de afschaffing van deze rassensegregatie. Hij motiveerde zwarte Amerikanen om zich te vertonen op plekken waar dat niet mocht, en te berusten in de gevolgen. Zelf werd hij tijdens zo’n protestmars gearresteerd.

 

De tijd voor rechtvaardigheid is altijd nu, stelt King, vandaar zijn vurige pleidooi voor burgerlijke ongehoorzaamheid. In zijn brief legt hij uit dat directe actie, en het ongemak als gevolg ervan, tot handelen kan dwingen. In zijn brief kapittelt hij zijn collega-theologen. Ik citeer uit zijn brief.

 

“Ik moet twee bekentenissen afleggen, mijn Christelijke en Joodse broeders. Ik moet bekennen dat ik de afgelopen jaren teleurgesteld ben geraakt in het witte midden (white moderate). Ik trek de betreurenswaardige conclusie dat het grootste struikelblok voor de strijd van zwarte Amerikanen niet de White Citizens’ Council of de Ku Klux Klan is, maar het witte, redelijke midden, wiens toewijding aan orde groter is dan aan rechtvaardigheid. Dat de voorkeur geeft aan een negatieve vrede met de afwezigheid van ongemak, dan een positieve vrede met de aanwezigheid van rechtvaardigheid. Dat steeds zegt: ik ben het eens met uw doel, maar niet met uw methoden. Dat paternalistisch denkt het tijdschema van de vrijheid van een ander te kunnen bepalen. Dat volgens een mythische notie van tijd leeft en de zwarte Amerikaan adviseert om te wachten op een ‘geschikter seizoen’. Een oppervlakkig begrip van mensen van goede wil is frustrerender dan het onbegrip van mensen van kwade wil. Een lauwwarme acceptatie is fnuikender dan een directe afwijzing.”

 

Martin Luther King predikte voor geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid.

 

Is dat veel anders dan de inzet van anti-zwarte piet activisten in Nederland, die zich verzetten tegen een racistische karikatuur van zwarte mensen? Witte mensen die zich in blackface opdoffen, en die kolderiek zwarte mensen naspelen, is niet van deze tijd. Toch worden deze activisten in media en politiek gemarginaliseerd en geridiculiseerd. Het blijkt dat wat zich dichtbij afspeelt, gevoeliger ligt. En ongemakkelijker. Ook blijkt dat wie we definiëren als extremist, samenhangt met de tijdsgeest.

 

Het risico is dat we de visie van Dr. King te rooskleurig schetsen. En dat we Martin Luther King’s radicale boodschap tot een apolitieke droom reduceren. Maar we kunnen niet polderen over racisme, discriminatie en uitsluiting. We moeten er iets aan doen. Nu.

 

Zelf pleit ik al langer voor wat ik microrevoluties heb genoemd. En ja, ik vind mijn inspiratie in het geweldloos verzet van Dr. King. Microrevoluties gaan ook over geweldloze overtredingen van sociale regels. Ze gaan over grensverleggende ontmoetingen tussen mensen. Microrevoluties gaan over wat Johannes Fabian moments of freedom noemt. Die momenten zijn discontinu, tijdelijk, wankel. Microrevoluties gaan over minuscule verstoringen van machtsverhoudingen, zonder per se oplossingen te beloven. En toch dragen ze die potentie in zich.  

 

De grootste verantwoordelijkheid ligt bij witte Nederlanders, let wel, de grootste verantwoordelijkheid, die vaak behoren tot het redelijke midden. Mensen die zich niet langer kunnen verschuilen, en stelling moeten nemen tegen de opkomst van een schadelijk racisme, hardnekkige islamofobie en eng rechts-conservatisme. Want degenen die ontkennen, bagatelliseren en relativeren, verstevigen de consensus en doen niet aan de verstoring ervan. Met een knipoog betitelde mijn collega Willem-Jan Kortleven ‘het redelijke midden’ als ‘het verraderlijke midden.’

 

En tegelijkertijd: de megafoon staat soms hard, en soms zacht. En dat die strategieën naast elkaar kunnen bestaan, bewijst vooral Martin Luther King.

 

Hoe dan ook.

 

Keer vanzelfsprekendheden binnenste buiten.

Verstoor de normale gang van zaken.

Verzet je, zo nodig, door ongezellig te doen.

 

Dank voor uw aandacht.

 

[foto: 20 oktober 1965, uitreiking eredoctoraat Martin Luther King op de Vrije Universiteit Amsterdam, Koningin Juliana,  Prins Bernhard]