Kritisch, betrokken, onafhankelijk en nieuwsgierig

De boevenvanger versus de pragmaticus

Het gesprek tussen de twee ex-politieagenten (Pauw en Witteman, maandag 9 januari), thans kamerleden Marcouch en Brinkman, was niet enkel een tenenkrommend schouwspel. Het gaf ook blijk van twee tegengestelde politiestijlen: de boevenvanger versus de pragmaticus. Rambo versus de creatieveling. Ik ken de heren niet persoonlijk. Daarom betreft dit schrijfsel slechts mijn interpretatie en mening. En daar heeft tegenwoordig iedereen klaarblijkelijk het recht op. Heb ik ergens gehoord.

Een politiestijl gaat over het geheel van opvattingen, interpretaties en oplossingsstrategieën van individuele politieagenten. De specifieke stijl geeft inzicht in de beelden van agenten over effectief en efficiënt politieoptreden. Een individuele politiestijl is mogelijk vanwege de beleidsvrijheid van agenten. Die moeten keuzes maken vanwege de aanhoudende vraag naar hun diensten.

De boevenvanger vindt dat de politie te weinig mag of te lief is. Oftewel: ophouden met pappen en nathouden. Aanpakken die handel. Wegvegen. Opruimen. De lat erover. De boevenvanger wordt in de informele politiecultuur geprezen omdat ze vaker verdachten aanhouden dan de andere agenten. Let wel: verdachten. Agenten met een andere politiestijl beschrijven vaak de tegenstrijdigheid hierin: enerzijds gaat de boevenvanger vaak tot de rand van wettelijke regels en soms daaroverheen, anderzijds wordt dit getolereerd omdat zij veel personen aanhouden. De begrippen rechtmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit staan bij de boevenvanger op het tweede plan: als de boef maar wordt gepakt. Verder zou de politie volgens de boevenvanger in elke situatie hetzelfde moeten optreden. Zoals Brinkman het ongeveer verwoordde: ‘De politie moet zich niet aan de boef aanpassen, maar de boef aan de politie’. Dit is niet enkel een ondoordachte wilsuiting. Het reduceert ook het politiewerk tot puur de opsporing. Tijdens alledaags politiewerk houden agenten zich meer bezig in de sfeer van handhaving en toezicht, dan de opsporing. Dit komt niet zozeer door de politie; de meldingen van burgers gaan vaker over verloren sleutels, vuilniszakken op de stoep en geluidsoverlast, dan boeven in juwelierszaken.

De pragmaticus probeert maatwerk te leveren. Dit type agent zal in de ene situatie hard en sanctionerend optreden, en in de andere iemand diplomatiek en tactvol bejegenen. Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat de pragmaticus in sommige situaties de voorkeur geeft aan het vergroten van het vertrouwen van groepen in de politie, boven een effectief optreden in het kader van de opsporing of de handhaving van de openbare orde. Hoofdzakelijk gaat de pragmaticus uit van de complexiteit van het politiewerk. Elke situatie en elke burger is anders, en vereist van de agent een andere bejegening en optreden.

De uitzending gaat niet alleen over twee oppositionele politieke visies, maar ook over twee moeizaam verenigbare visies op het alledaagse politiewerk. Duidelijk wordt dat beide elkaar beïnvloeden. Hieruit kan worden afgeleid dat aan elke politiestijl of politieke visie bepaalde maatschappijbeelden ten grondslag liggen. Daarom konden de oud-politieagenten elkaar – ondanks het gedeelde beroep – niet vinden.

Tot slot heeft de uitzending hoogstwaarschijnlijk de achterban van de heren (nog) sterker in het zadel gezet. De boevenvanger lijkt daarbij het gelijk te hebben/te krijgen. Niet vanwege een logische opbouw van argumenten, maar omdat we leven in een tijdperk van daadkrachtige retoriek. De woorden ‘aanpakken’ en ‘de lat erover’ zijn modieuzer dan ‘praten met groepen’ en ‘de angel eruit halen’. De tegenstelling blijft over. Evenals tenenkrommende televisie.

 

Sinan komt zijn belofte om af en toe iets te schrijven na. Hij vraagt zich af hoe lang hij het zal volhouden. Maar dit werd hem in de schoot geworpen.