Kritisch, betrokken, onafhankelijk en nieuwsgierig

Boerka, nikaab en…..motorhelm

Een boerka bedekt het gehele lichaam. De nikaab is een gezichtsbedekkende sluier die de ogen vrijlaat. Naar mijn weten zijn er geen boerka’s in Nederland. Afgezien van deze semantische kwestie kleven er tal van juridische en maatschappelijke aspecten aan het mogelijke verbod op gezichtsbedekkende kleding. Ook rijzen allerlei vragen: (a) is er een probleem, (b) waarom is dat een probleem en (c) indien (a) en (b) bevestigend zijn beantwoord: hoe groot is het probleem?

Betrouwbare empirische gegevens ontbreken, maar volgens de schattingen telt Nederland 100 tot 200 vrouwen die een gezichtsbedekkende sluier dragen. In hoeverre is overheidsregulering noodzakelijk gezien dit geringe aantal vrouwen? Of betast de Nederlandse ‘samenleving’ wederom hypochondrisch haar eigen lichaam (zie Willem Schinkel)? Verschillende argumenten worden aangevoerd om te betogen dat er wel degelijk sprake is van een probleem. Ik zal deze één voor één bespreken.


1. Veiligheidsrisico

De motie voor een verbod op gezichtsbedekkende kleding is ingevoerd in 2005. Het verbod werd toen geframed als een mogelijk veiligheidsrisico, omdat terroristen zich zouden kunnen verhullen in een boerka of nikaab (in het vervolg laat ik deze verwarring voor wat het is). Het veiligheidsargument is een functioneel argument. De vooronderstelling is dat een verbod zal bijdragen aan een effectieve bestrijding van terrorisme in Nederland. Opmerkelijk is dat anno 2012 dit veiligheidsargument op de achtergrond is geraakt. Eén van de redenen hiervoor is dat de laatste jaren verschillende deskundigen hebben betoogd dat de risico’s van terroristische aanslagen toentertijd schromelijk zijn overdreven en momenteel klein zijn.

Daarbij overtuigt het functionele argument niet. Een terrorist kan zich ook verkleden als Bin Laden met carnaval of Sinterklaas op 5 december. Waarom gaan we er überhaupt vanuit dat een terrorist zich vermomt? Zo wordt er met het verbod een schijnveiligheid gecreëerd. Verder is in mijn interpretatie het functionele veiligheidsargument slechts een manier om het verbod uit de moreel beladen hoek te halen van ongelijke behandeling en de beknotting van de godsdienstvrijheid. Dit is reeds gepoogd door andere gezichtsbedekkende kledingsstukken toe te voegen aan een mogelijk verbod, zoals de integraalhelmen.

Bovendien is er het probleem van de handhaving. De vraag is in hoeverre het verbod een prioriteit wordt van het veiligheidsbeleid van de politieorganisatie. De politiebonden hebben reeds gesteld dat agenten er niets voor voelen om de wet te handhaven. Overigens zal in lijn met mijn interpretatie de politie niet alleen de openbare orde handhaven, maar ook toezien op de sociale en culturele normen over hoe mensen zich behoren te kleden in Nederland. Oftewel: we krijgen een integratiepolitie. In Iran handhaaft de religieuze politie of vrouwen hoofddoeken dragen. Krijgen we een Nederlands equivalent, waarbij de Hollandse dominante religie, namelijk secularisme, door de Nederlandse politie wordt gehandhaafd?


2. Bevorderen integratie van vrouwen

De overheid ziet het als haar taak om burgers te vrijwaren van een externe druk om bepaalde culturele en religieuze normen op te volgen. Daarbij claimt de overheid zich vooral in te zetten voor de ‘integratie’, ‘emancipatie’ en ‘participatie’ van moslimvrouwen.

Er zijn echter gevallen bekend van vrouwen die zelf kiezen voor het dragen van gezichtsbedekkende kleding. Daar zitten ook Nederlandse bekeerlingen tussen. Een algemeen verbod poneert daarentegen de stelling dat deze vrouwen niet zelf kiezen, maar dat ze worden beïnvloed in hun keuzes. Met andere woorden: ze leven in een state of false consciousness. Het zijn de religieuze normen en de partners/familieleden die hen dwingen. Of zoals Baukje Prins treffend samenvat: moslimvrouwen zouden problemen hebben, moslimmannen zouden problemen maken.

Deze opvatting ontneemt deze vrouwen elke autonomie. Zo zijn er voorbeelden van families en partners die er juist op tegen zijn als vrouwen besluiten om een nikaab te dragen (zie onderzoek Moors). Om deze redenen kan de overheid nooit voor haar burgers bepalen of besluiten dat ze keuzes onder dwang maken of in relatieve onvrijheid. Deze paternalistische en superieure houding van de overheid strookt niet met de basisprincipes van een open en liberale samenleving – die Nederland claimt te zijn.

Evenzo belangrijk: hoe verwacht men concreet dat een dergelijk verbod de ‘integratie’ van deze vrouwen zal bevorderen? Hoe ziet dit proces eruit volgens de voorstanders van een verbod? De overheid zal dit punt – dat het verbod de integratie van deze vrouwen ten goede komt – aannemelijk moeten maken. Deskundigen in het veld claimen juist dat een verbod de positie van deze vrouwen zal verergeren. De bewegingsruimte van deze vrouwen zal zich door een verbod beperken tot het domein van hun huizen.


3. Wegnemen moeilijkheden in communicatie

Ik zal niet ontkennen dat een gezichtbedekkende sluier de communicatie bemoeilijkt. Dit is relevant voor de directe ontmoetingen tussen mensen, maar niet voor willekeurige passanten op straat. Hoe vaak brengt u een willekeurige passant op straat tot stilstand om daar een alledaags gesprek mee aan te knopen? Welk wensbeeld van de Nederlandse ‘samenleving’ zijn we hiermee aan het creëren? Eén waarin willekeurige voorbijgangers op straat elkaar de hand schudden, elkaar in de ogen aankijken, breeduit naar elkaar glimlachen en naar elkaar zwaaien?

Een verwijt is vaak dat de draagsters van een nikaab zich afsluiten van contacten met anderen en daarmee zichzelf uitsluiten van de samenleving. Daarbij wordt voor een deel van deze vrouwen oorzaak en gevolg verward. Een aantal tweede generatie Marokkaans Nederlandse vrouwen verwoordt de keuze als een tegenreactie op de uitsluiting die zij ervaren in de Nederlandse samenleving. Het ongewilde en ongewenste uitsluitingsproces – dat zich reeds eerder heeft ingezet – voltooit zich als het ware met als eindresultaat een ‘zelfgekozen’ afscheiding van de samenleving.

Een gezichtsbedekkende sluier bemoeilijkt de communicatie, zoals ook kromme redeneringen, lokken haar voor de ogen of ongeïnteresseerde blikken dat doen. Het lijkt mij onwenselijk om alle sociale conventies vast te leggen in wetten om daarmee de communicatie tussen personen te verbeteren.


4. Beperken van visuele overlast in de publieke ruimte

Er zijn mensen die aanstoot nemen aan een gezichtsbedekkende sluier in de publieke ruimte. Ze worden daarmee geconfronteerd met een extreme leefwijze die zij als strijdig zien met het westerse Nederland. Ook ik kijk even op als ik een vrouw met een gezichtsbedekkende sluier zie; hier hoef ik niet moeilijk over te doen. Ik vind het onalledaags en opmerkelijk.

Mijn persoonlijke opvatting over de boerka of nikaab is juridisch gezien irrelevant. Mijn afkeer of verdraagzaamheid kan niet dienen als een legitieme motivatie voor een verbod. Al vindt de meerderheid van de Nederlandse burgers een nikaab choquerend, dan is dit evenwel onvoldoende rechtvaardiging voor een verbod. Gelukkig woon ik in een rechtsstaat waar de meerderheid niet vanuit een onbestemd onbehagen haar wil kan opleggen aan de minderheid. Mocht dat wel anders werken in Nederland, dan zou ik een actiegroep oprichten om knaloranje broeken uit het publieke domein te weren. Ik leg me er echter bij neer dat in een open samenleving mensen zelf uitmaken hoe ze zich kleden. 


5. De gezichtsbedekkende sluier hoort niet bij de Islam (of: volgens de leer van de Flying Spaghetti Monster behoor ik X of Y te doen)

Dat er moslims zijn die niet een nikaab dragen, is juridisch irrelevant. Volgens het beginsel van de interpretatieve terughoudendheid mengt de overheid en de rechter zich niet in een theologische discussie. Concreter: de rechter bepaalt niet of een bepaald ritueel of voorschrift van religieuze aard is. De interpretatie van de betrokkene is leidend in het bepalen of iemand een religieus voorschrift naleeft. De interpretatieve terughoudendheid van de rechter is overigens een juist voorbeeld van het begrip ‘scheiding kerk en staat’, in tegenstelling tot hoe sommige jongleurs daarmee spelen.

 

Sinan Çankaya heeft het om onduidelijke redenen nauwelijks gehad over motorhelmen.

 Gepubliceerd op: 29 januari 2012